De Vlaamse snoepcultuur kent een rijke traditie, niet alleen qua smaken en bereidingen, maar ook in de vaak kleurrijke en humoristische namen. Veel van deze benamingen zijn ontstaan uit volkstaal, vormgelijkenissen of reacties die het snoep oproept bij het eten. Hieronder worden enkele bekende termen toegelicht.
Mulletrekkers
zijn hele zure snoepjes die hun naam danken aan het grappig gezicht dat je trekt wanneer je ze eet. Door hun intense citroen- of fruitsmaak “trekken” ze letterlijk aan de mond. Vandaar de naam . Oorspronkelijk bestonden ze enkel in gele variant met citroensmaak, maar later kwamen er ook rode en blauwe versies bij. Ze behoren tot de klassiekers van het Vlaamse zuursnoep. Veel kinderen vinden het leuk om te testen hoe zuur ze zijn!
Guimauves
zijn zachte, luchtige snoepjes op basis van suiker, glucose en gelatine. Ze voelen een beetje aan als schuimpjes en smaken zoet. In Vlaanderen komen ze voor in verschillende smaken zoals vanille, fruit of anijs. Een bekende variant is de Maria-guimauve, een Mariafiguurtje dat je kan eten. Door hun zachte textuur worden ze vaak geassocieerd met nostalgisch snoepgoed en Sinterklaastradities.
Kakmenten (ook geschreven als kakementen)
zijn harde, vaak gekleurde suikersnoepjes die traditioneel als keelsnoep of zuurtjes werden gebruikt. Vandaag zijn ze vooral gekend als cadeautje van de ouders aan de bezoekers bij een geboorte (suikerbonen). Ze worden gemaakt door gesmolten suiker te laten uitharden en eventueel op smaak te brengen met chocolade, munt, fruit of kruiden. De naam is streekgebonden en wordt vandaag vooral nog in dialect gebruikt.
Poepkes
zijn kleine knalrode snoepjes die eruitzien als een halve kers. Oorspronkelijk moesten ze op gewassen krieken lijken, maar door hun vorm ontstond al snel de volkse bijnaam “poepkes”. Ze worden gemaakt van harde gom en hebben meestal kersensmaak. Het is een van de bekendste voorbeelden van Vlaamse snoepnamen met speelse humor.
Kloeftjes (of kloefkes)
zijn guimauves met anijssmaak, traditioneel in de vorm van een houten klomp. Ze werden vroeger vooral door Sinterklaas gebracht en zijn nauw verbonden met Vlaamse folklore. Door hun specifieke vorm en smaak zijn ze zeer herkenbaar.
Brugse zwaantjes
Zeg “Brugge” en iedereen antwoordt je ”zwanen”. Er zijn er dan ook zo’n 70 die statig op de Brugse reien drijven. Allemaal te danken aan Keizer Maximiliaan ‘Max’ van Oostenrijk die, althans volgens de legende, helemaal niet geliefd was in Brugge. Hij nam immers steeds meer vrijheden en voorrechten af tot de Bruggeling er genoeg van had. Max werd gevangen genomen tijdens een bezoekje en opgesloten in huis Craenenburgh op de Markt. Daar had hij een perfect zicht op de terechtstelling van zijn raadsman Pieter Lanchals. Uiteindelijk trok Max toch aan het langste eind en verplichtte hij de Bruggelingen ten eeuwigen tijde “langhalzen” te houden.
Deze legende zal Stad Brugge ertoe aanzetten om haar stadspraline, met het door de bevolking gekozen lekkerste, maar geheime recept, het ‘Brugsche Swaentje’ te noemen. Stop het in je mond en bijt er een stukje af. Zoete pure, witte of melkchocolade, krokant door de Brugse kletskop en met amandelpraliné gevuld. De smaak die in je mond explodeert, ken je en toch kan je ze moeilijk thuisbrengen. Is het peperkoek of kaneel of speculaas? Neen, het is niets van dit alles, want het is … gruut., een kruidenmengsel dat werd gebruikt in de Middeleeuwen om bier op smaak te brengen. Dat het bier daarmee ook langer bewaart, is mooi meegenomen.
Zwaantjes
zijn kleine schuim- of suikersnoepjes in de vorm van een zwaan. Ze behoren tot het vormsnoepgoed waarbij uiterlijk even belangrijk is als smaak. Meestal zijn ze wit of pastelkleuring en hebben ze een milde, zoete smaak. Ze werden vaak verkocht in traditionele snoepwinkels per gewicht.
Beertjes
verwijzen naar gomsnoepjes in de vorm van kleine beren. Ze zijn verwant aan wijn- of gombeertjes en bestaan in verschillende kleuren en fruitsmaken. Door hun herkenbare vorm zijn ze vooral populair bij kinderen, maar ze maken ook deel uit van het klassieke assortiment in Vlaamse snoepwinkels.
Neuzekes
ook bekend als cuberdons, zijn kegelvormige snoepjes met een harde buitenkant en een zachte, zoete, vloeibare vulling. Ze danken hun naam aan hun vorm, die doet denken aan een puntige neus. Traditioneel hebben ze frambozensmaak en worden ze beschouwd als een typisch Vlaams streekproduct, vooral gelinkt aan Gent.
Nunnebillen
zijn zachte, schuimachtige snoepjes in roze en wit. De naam is ontstaan uit een volkse vergelijking met ronde vormen. Ze hebben een milde, zoete smaak en lijken qua textuur op spekken of schuimpjes. Net als veel andere Vlaamse snoepnamen getuigt de benaming van humor en verbeelding.


